Vooral de armste kinderen lijden nog onder COVID-leerachterstand

Wereldwijd hebben kinderen een aanzienlijke leerachterstand overgehouden aan de gesloten scholen en afstandsonderwijs tijdens de coronapandemie. In veel gevallen is die nog steeds niet weggewerkt, blijkt uit een belangrijke studie die is gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Nature Human Behaviour.

door
Ingmar De Temmerman
Leestijd 3 min.

Onderzoekers baseerden zich op ongeveer veertig studies uit vijftien verschillende landen uit Europa, de Verenigde Staten en Afrika. Daaruit blijkt dat kinderen gemiddeld een derde van een schooljaar verloren hebben. Dat is een te eenvoudige voorstelling van de resultaten, aangezien er grote verschillen bestaan naargelang de achtergrond. Zo zijn kinderen met een achtergestelde economische achtergrond ook het verst achteropgeraakt op school. Die ongelijkheid in het onderwijs was er al en wordt nu dus nog vergroot.

Ongelijkheid

«Deze leercrisis is een crisis van de ongelijkheid», vat onderzoeker Bastian Betthauser, de hoofdauteur van de studie, de resultaten samen op een persconferentie.

Zelfs als de achterstand beperkt blijft tot enkele maanden, kan dat kind later grote gevolgen ondervinden. Betthauser spreekt zelfs van een «echt generatieprobleem» op lange termijn, bijvoorbeeld op de werkvloer. «Onderwijs is een van de factoren - misschien wel de belangrijkste - die bepalen hoe makkelijk het zal zijn om de arbeidsmarkt te betreden, om te slagen op de arbeidsmarkt, om in je levensonderhoud te kunnen voorzien.»

Geen laptop

Kinderen uit gezinnen met een lagere sociaaleconomische status liepen meer leerachterstand op dan leeftijdsgenoten die het beter hadden. Dit komt onder meer doordat het onderwijs thuis plaatsvond via videoverbindingen, terwijl niet ieder kind thuis over een laptop beschikte.

Bewegingsvrijheid

Volgens de studie hadden lockdowns een negatief effect op de bewegingsvrijheid van kinderen en op sociale activiteiten. Deze factoren en economische onzekerheden hebben volgens de auteurs waarschijnlijk de grootste gevolgen in gezinnen met een lagere sociaaleconomische status. Deze gezinnen hebben minder vaak toegang tot een tuin en hebben meestal kleinere huizen.

De onderzoekers merken wel op dat er weinig data beschikbaar was uit armere landen. De meeste gegevens kwamen namelijk uit de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk. Ook zijn er Nederlandse studies geanalyseerd, net als data uit andere Europese landen, Australië, Brazilië, Colombia, Mexico en Zuid-Afrika.

De situatie in België

Wereldwijd lijdt het onderwijs onder de gevolgen van corona, met een toenemende ongelijkheid als meest schrijnende factor. België scoorde vóór de pandemie al slecht op het gebied van ongelijkheid in het onderwijs. Vooral ons secondair onderwijs doet het op dat vlak zeer slecht. Volgens een rapport van Unicef staat het Belgische middelbare onderwijs op de 28ste plaats van 38 onderzochte landen. Ook volgens een onderzoek van de OESO-landen horen we op het vlak van onderwijsongelijkheid bij de slechtste leerlingen van de klas. Op gebieden zoals het niveauverschil tussen scholen, de kans om als kansarme leerling in het buitengewoon onderwijs terecht te komen of om af te glijden in ons beruchte ‘watervalsysteem’ doen we het als land het slechtst. Het controversiële watervalsysteem in ons onderwijs werkt nog steeds als een versterker van sociale ongelijkheid, dit blijkt uit een onderzoek van de KU Leuven. Meer dan 8 op 10 kansarme jongeren volgen een TSO- of BSO-richting, terwijl meer dan 8 op 10 van de kansrijksten ASO volgen. De naweeën van de pandemie lijken nu zout te strooien in een al open wonde.