Bart De Pauw verliest rechtszaak tegen VRT en moet zélf schadevergoeding betalen

De VRT moet televisiemaker Bart De Pauw geen schadevergoeding betalen. Dat heeft de Brusselse rechtbank van eerste aanleg beslist, zo melden VRT Nieuws en het nieuws wordt bevestigd door de persrechter.

door
Redactie Online
Leestijd 3 min.

De Pauw eiste samen met zijn echtgenote, kinderen en managementvennootschap zo’n 13 miljoen euro aan schadevergoeding omdat hij meende dat hij door de VRT voorbarig aan de kant werd geschoven na meldingen van grensoverschrijdend gedrag.

«De rechtbank heeft de vorderingen van Deadliners bv en de consoorten De Pauw tegen de VRT en haar CEO afgewezen als ongegrond», zegt persrechter Els De Breucker. «De vordering tot schadevergoeding van de VRT tegen Deadliners bv en de heer De Pauw zelf, werd wel ingewilligd. Er werd aan de VRT een voorlopige schadevergoeding toegekend van 1 euro.»

«Geen schuldinzicht»

«De vraag waarover de rechtbank zich moest buigen is of de VRT voldoende redenen had om de samenwerking met onmiddellijke ingang te beëindigen en of hierover al dan niet op een foutieve wijze publiekelijk werd gecommuniceerd», gaat de persrechter verder. «Op basis van een grondige analyse van alle door de partijen bijgebrachte informatie, stelt de rechtbank vast dat er voldoende bewijs voorligt van gedragingen van de heer De Pauw binnen een professionele sfeer, die een volkomen onaanvaardbare vorm van machtsmisbruik en grensoverschrijdend gedrag uitmaken.»

De rechtbank verwees daarbij niet alleen naar de feiten waarvoor De Pauw correctioneel is veroordeeld, maar ook naar zijn gedrag tegenover een aantal andere vrouwen.

«Voor deze laatste feiten werd hij destijds weliswaar strafrechtelijk niet veroordeeld, maar deze worden door de rechtbank op burgerlijk vlak nu wel weerhouden als bijkomend bewijs van machtsmisbruik en grensoverschrijdend gedrag in een professionele context», zegt persrechter De Breucker. «Verder werden ook de reactie en handelwijze nadien van de heer De Pauw onderzocht. De rechtbank stelt vast dat toen hij met dit gedrag werd geconfronteerd, hij geen schuldinzicht bleek te vertonen en niet bereid bleek enige verantwoordelijkheid te nemen, wat bijvoorbeeld een herstelgerichte benadering in de weg stond.»

«VRT heeft situatie correct ingeschat»

Volgens de rechtbank was het gedrag van De Pauw, met alle schadelijke gevolgen vandien voor de diverse personen binnen de VRT-context, meer dan voldoende zwaarwichtig om zijn volledige verwijdering met onmiddellijke ingang uit de professionele sfeer van de VRT te rechtvaardigen. De rechtbank heeft echter ook rekening gehouden met de reputatieschade die de VRT dreigde te lijden als gevolg van de controverse rond het wangedrag van een van haar bekende schermgezichten.

«De VRT heeft destijds op eigen risico deze drastische maatregel genomen en de rechtbank komt nu tot de conclusie dat zij de situatie correct heeft ingeschat en de VRT geen fout beging», zegt de persrechter.

Ook wat de publieke communicatie over de stopzetting van de samenwerking betreft, zijn de VRT en haar CEO volgens de Brusselse rechtbank van eerste aanleg niet tekort geschoten. In een radiointerview had voormalig VRT-CEO Paul Lembrechts het over honderden sms’jes van De Pauw, niet enkel met flirterige boodschappen, maar «zeer seksueel en pornografisch getint», hoewel de VRT op dat moment nog niet over die sms’jes beschikte. De rechtbank ziet daar geen graten in, aangezien intussen gebleken is dat die verklaringen wel degelijk overeenstemden met de werkelijkheid en dat het in de loop der jaren uiteindelijk zelfs ging om duizenden sms-berichten.

«Anderzijds weerhoudt de rechtbank wel zwaarwichtige fouten in hoofde van de heer De Pauw, ten gevolge waarvan de VRT schade heeft geleden», aldus nog persrechter De Breucker. «Zonder zijn grensoverschrijdend gedrag had de VRT haar succesvolle samenwerking met deze televisiemaker immers kunnen verderzetten.»

De VRT krijgt een voorlopige schadevergoeding van 1 euro en moet nu aantonen hoe groot haar reële schade precies is. Tegen het vonnis van de rechtbank van eerste aanleg is wel nog beroep mogelijk.