Klimaatzaak mikt met beroep op concrete doelstellingen voor CO2-reductie

De vzw Klimaatzaak, die in juni van de Brusselse rechtbank gelijk kreeg, tekende woensdag beroep aan tegen het vonnis dat de Belgische overheden op de vingers tikte over hun gebrekkige klimaatbeleid. Ze wil dat het Brusselse hof van beroep concrete doelstellingen voor de vermindering van de CO2-uitstoot oplegt.

door
Redactie Online
Leestijd 3 min.

In 2015 startte Klimaatzaak een procedure tegen de Belgische overheden om hen te dwingen de gemaakte beloftes rond de vermindering van de uitstoot van broeikasgassen te respecteren. In juni gaf de Brusselse rechtbank van eerste aanleg de vzw gelijk: het Belgische milieubeleid schendt de wettelijke zorgplicht en de mensenrechten van de 58.000 mede-eisers, en de federale staat en de drie gewesten zijn gezamenlijk en individueel verantwoordelijk. Concrete doelstellingen voor CO2-reductie legde de rechter echter niet op wegens de scheiding der machten.

Beroep

Woensdag diende Klimaatzaak een verzoekschrift in voor hoger beroep tegen het vonnis. «In juni hebben we een prachtige uitspraak bekomen. Die had moeten volstaan om een kentering teweeg te brengen in het Belgische klimaatbeleid, om het te tillen naar een adequaat niveau», aldus Carole Billiet, advocate van Klimaatzaak. «Met dit beroep willen we ervoor zorgen dat de Belgische regeringen gedwongen worden om actie te ondernemen», zegt Roger Cox, die de Nederlandse klimaatzaak won en ook deel uitmaakt van het advocatenteam van de Belgische klimaatzaak.

Volgens Klimaatzaak schendt een rechter de scheiding der machten niet als die een reductiedoelstelling zou opleggen. «Er bestaat gevestigde cassatierechtspraak die wordt gevolgd door de hoven van beroep en de rechtbanken van eerste aanleg, die zegt dat in dossiers waar de overheid geen beleidsmarge heeft, waar er eigenlijk maar één oplossing is om een einde te maken aan de illegaliteit, de rechtbank die ene oplossing mag opleggen», licht Billiet toe. De rechtbank mag zich wel niet moeien met de middelen om die oplossing door te voeren. «Met een algemene reductiedoelstelling blijft men daar buiten.»

Rechten van de Mens

Daarnaast verwijst Billiet naar het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). «Het EVRM legt op dat als er een mensenrechtenschending is vastgesteld - en die is vastgesteld in klinkende bewoordingen - dat er dan een effectief rechtsmiddel moet zijn», zegt ze. «Je kan er dan niet bij blijven staan en zeggen ‘trek uw plan’. Je moet de volgende stap zetten.» Ook bijvoorbeeld bij een gelijkaardige procedure in Duitsland legde het grondwettelijk hof concrete doelstellingen op.

Volgens Klimaatzaak is het belangrijk dat het Brusselse hof van beroep concreet een CO2-reductie van 65 procent tegen 2030 vastlegt. Alleen zo is een lineaire koers naar een nuluitstoot in 2050 mogelijk, licht Cox toe. Wanneer wordt afgeweken van die koers en de afbouw dus uitgesteld wordt - zoals het geval is bij het klimaatplan dat België indiende bij de Europese Commissie - komt er in dezelfde periode cumulatief meer CO2 in de lucht, en overschrijdt België ruimschoots zijn deel van het globale ‘koolstofbudget’. Dat is de totale hoeveelheid CO2 die we wereldwijd nog mogen uitstoten om de opwarming van de aarde te beperken tot 1,5 graad. «Elke afwijking van de lineaire lijn is uitstelgedrag dat leidt to meer emissies», aldus Cox. «Juridisch gezien zou de lineaire reductie het minimum moeten zijn.» Volgens het lineaire traject zou de Belgische CO2-uitstoot tegen 2025 al met 48 procent moeten dalen.

Klimaatzaak vreest dat de procedure bij het hof van beroep wel eens lang zou kunnen aanslepen. «Het hof van beroep is notoir voor zijn achterstand», benadrukt Billiet. «We kunnen bij de inleidende zitting alleen maar bepleiten hoe dringend de zaak is.»