SOUNDCHECK. GOOSE lost mini-album 'Something New': "We zijn niet compleet als we niet live kunnen spelen"

De single ‘Viper' was al een knetterend voorsmaakje, vandaag serveert GOOSE de hoofdschotel met zijn fonkelnieuw (mini-)album ‘Something New'. De Kortrijkse elektroband draagt al zo'n twintig jaar bij tot de Belgische muziekweelde. Het viertal verandert het geweer regelmatig van schouder, met een sound gaande van koortsachtig en frenetiek tot filmisch en atmosferisch, en alles daartussenin. Metro sprak met de aanvoerder van die klankkunstenaarsbende: Mickael Karkousse.
door
quentin.soenens
Leestijd 6 min.

Dag Mickael. Eerst en vooral: hoe gaat het met je in deze barre coronatijden?

Mickael Karkousse (foto tweede van rechts): «Ça va. Op sommige vlakken gaat het niet goed, op andere dan weer heel goed.»

Laten we beginnen met het positieve.

«Het feit dat de hele wereld vertraagd is en alle verplichtingen weggevallen zijn gaat ons heel goed af. We hadden tijd om alles te overdenken en konden meer zorg besteden aan onze muziek.»

«Daarnaast beseften we plots heel hard hoe belangrijk het live-aspect is voor ons. Het is zo'n wezenlijk onderdeel van wie we zijn, zelfs als privépersoon. De energie van het live spelen is weggevallen. Dat is wel even zwaar geweest.»

Hebben jullie de afgelopen maanden dan geleerd om het live-aspect meer te waarderen?

«We hebben dat altijd wel gewaardeerd, maar nu beseffen we meer dan ooit dat we het soms voor lief namen. We zijn niet compleet als we niet live kunnen spelen. Het is deel van onze identiteit. Als je nog nooit geproefd hebt van live optreden, is dat heel moeilijk te begrijpen.»

Voor het visuele luik van jullie mini-album deden jullie een beroep op artiest Bart Stolle. Hoe dragen die visuals bij aan de bandidentiteit?

«Door het gebruik van kleuren en geometrische vormen heeft Bart onze muziek verpersoonlijkt. Hij maakt steeds de oefening tussen het analoge en het digitale. Zo tekent en schildert hij, en maakt daarbij ook gebruik van de computer. Zo maken wij ook onze muziek. Het liefst met echte instrumenten – analoge synths, gitaar en drums – maar we hebben wel een computer nodig om die klanken op te nemen of af te mixen. De link zit hem dus in de manier waarop we met technologie omgaan.»

«Die focus op het visuele is ontsproten vanuit het gevoel dat onze muziek heel goed past bij beeld. Ons werk is visueel toegankelijk. Daarom worden onze songs ook zo vaak gebruikt in films, documentaires en reclamespots. Daarnaast zijn we ook zelf geïnteresseerd in beeld. Ikzelf heb bijvoorbeeld een achtergrond als beeldende kunstenaar, wat maakt dat ik altijd op zoek ga naar manieren om te visualiseren.»

Waar haalden jullie de inspiratie vandaan voor het nieuwe album?

«De titel ‘Something New' kwam er toen we op een punt beland waren waarop alles weer nieuw aanvoelde voor ons. De zomer voor de coronacrisis kwamen we tot de realisatie dat we ons proces van muziek maken wilden omgooien. We waren vastgeroest in een bepaald stramien: werken aan een plaat, die uitbrengen, optreden en weer naar de achtergrond verdwijnen. Het was een routine geworden waar niemand nog bij stilstond. Maar opeens voelde dat niet meer goed. We besloten om ons nieuw werk voortaan zo snel mogelijk uit te brengen. Dat is misschien een risico, maar als band moet je risico's durven nemen, anders wordt het heel rap saai.»

«Vroeger dachten we vaak bij het maken van een plaat: ‘Nog vijf nummers, en we hebben een volwaardig album'. Nu denken we: ‘Deze vijf horen bij elkaar en zijn op hetzelfde moment geschreven. We hebben aan onze favoriete producers gevraagd om een remix te maken. Wijzelf zijn superenthousiast over ons werk, dus dan moet dit toch de deur uit?' Het mini-album ‘Something New' vertegenwoordigt dat gevoel. Het is ook niet erg om twijfels en experimentele creaties te delen met onze fans. We moeten de ruimte hebben om iets uit te proberen.»

Elke track op ‘Something New' kreeg zijn eigen remix door gevierde producers. Geven jullie die producers carte blanche bij het maken van hun remix, of sturen jullie toch wat aanwijzingen door?

«Nee, ze deden volledig hun ding. Voor ons zijn remixes echt cadeaus. Als je hun muziek graag hoort, kan je alleen maar hopen dat ze van je songs een interpretatie zullen maken die in hun eigen oeuvre past.»

«In het verleden hebben we weleens remixes ontvangen waarvan we dachten: ‘Die heeft er met zijn pet naar gegooid'. Maar niet op deze plaat, omdat iedereen echt zin had om die remix te maken.»

«De laatste jaren is ons enthousiasme over remixes wel geslonken. In de huidige muziekindustrie worden heel veel nummers gemaakt uit marketing- of promo-overwegingen. ‘Hoe meer grote namen uit de meest uiteenlopende genres we aan deze song kunnen koppelen, hoe meer succes'. Dat lijkt tegenwoordig de filosofie.»

Kort vraagje tussendoor: de melodie van ‘Viper' vertoont veel gelijkenissen met het nummer ‘Flesh' van A Split Second, de plaat die de new beat inluidde in België. Is de song een stiekeme knipoog naar dat nummer?

«Dat is toeval. We hadden het zelf ook al opgemerkt. Het bevat een hook die in heel veel nummers terugkomt. Wij kunnen daar eigenlijk niets aan doen (lacht). Een Noel Gallagher zal bewust muzikale ideeën overnemen, maar wij zijn daar niet zo mee bezig. Als wij muziek maken, is dat heel gevoelsmatig. Soms dicteert de computer ook wat er gebeurt. Die onderlaag in ‘Viper' bijvoorbeeld: da's een synthesizer die helemaal aan het losgaan is. Die machine begon zijn eigen leven te leiden.»

Vorig jaar vierden jullie het tienjarige bestaan van jullie album ‘Synrise' met een heruitgave van de plaat, een minidocu én een nieuwe 8D-versie (afspeeltechniek waarbij de muziek zich in de koptelefoon langzaam van het linker- naar het rechteroor verplaatst, nvdr.) van de iconische titeltrack. Hadden jullie begin jaren 2000 durven dromen dat het ooit zo'n vaart zou lopen met GOOSE?

«Toen onze eerste plaat uitkwam in 2006 dachten we echt dat we de wereld zouden veroveren – en dat ons dat geen moeite zou kosten (lacht). Met de jaren kwam de ontnuchtering. Zo was ‘Synrise' aanvankelijk geen succes. Na het succes van ons debuut ‘Bring It On' kwam dat hard aan. Vandaag zijn we wel wat nederiger (lacht)

Hoe zijn jullie in die twee decennia geëvolueerd als band en qua sound?

«De eerste plaat was met een handvol instrumenten gemaakt – we moesten roeien met de riemen die we hadden. Maar daardoor klinkt die heel oprecht en jong. Doorheen de jaren hebben we ons ontwikkeld als muzikanten en producers. We hebben ook nooit vastgehouden aan één heilig concept. Op ‘Synrise' bijvoorbeeld zwaaien synthesizers de plak, ‘Control Control Control' was dan weer gitaargericht en ‘What You Need' was eerder filmisch. En nu is het weer iets anders. Het zijn altijd dezelfde ingrediënten en chefs, maar het recept verandert telkens.»

‘Synrise' was ook te horen in de populaire videogame Grand Theft Auto en in een reclamespot van Dior. Heeft die exposure jullie nog meer wind in de zeilen gegeven op het internationale toneel?

«Ja, de fans in de States zijn er vooral gekomen door het gebruik van onze songs in een aantal films en commercials, en door het succes van sommige remixes. Die van The Bloody Beetroots bijvoorbeeld, van ‘Everybody' of ‘Black Gloves'. Die naam heeft daar een grote aanhang. Maar al bij al is onze fanbase in de VS redelijk beperkt hoor.»

Tot slot: in een interview met De Morgen verklaarden jullie dat jullie er «een missie van maken om zoveel mogelijk releases op vinyl uit te brengen». Waarom is dat?

«Omdat onze muziek dan tastbaar wordt. Vinyl is een heel andere luisterbeleving. We merken dat zelf ook, als we thuis een vinyl opzetten. Bij het streamen heb je al snel de neiging om nummers te skippen. Je kan je niet helemaal onderdompelen in een plaat. Vinyl is aangenamer luisteren, want je neemt meer je tijd. En er is veel meer plaats – letterlijk – om iets beeldends te doen met artwork.»

Quentin Soenens