Metro sprak met Tim Burton over zijn langverwachte expo in Brussel: «Tekenen is altijd heel belangrijk geweest voor mij»

Vandaag opent in Tour & Taxis eindelijk de langverwachte tentoonstelling ‘Tim Burton’s Labyrinth’. Het gaat om een parcours dat je onderdompelt in de macabere maar heerlijke wereld van de man die cultfilms als ‘Beetlejuice’, ‘Charlie and the Chocolate Factory’ en ‘Edward Scissorhands’ uit zijn hersenpan schudde. Het genie met het warrige kapsel sprak met Metro over de expo, die een speelse blik werpt op zijn unieke creatieve geest.

door
Stanislas Ide
Leestijd 4 min.

‘Tim Burton’s Labyrinth’ biedt een uitgelezen kans om rond te wandelen in de decors van je films maar toont ook allerlei tekeningen die je gemaakt hebt. Waarom wou je die absoluut een plaats geven in de tentoonstelling?

Tim Burton (foto): «Tekenen is altijd heel belangrijk geweest voor mij. Het was mijn manier was om mijn ideeën uit te drukken en te communiceren. Soms is het een simpele tekening, soms maak ik er een animatie van, en soms mondt het uit in een langspeelfilm. Of leidt het tot helemaal niets! Het concept van de expo sprak me aan, dat je ronddoolt in een mix van verschillende creaties. Er zitten dus zowel tekeningen uit mijn beginperiode als decors uit mijn bekendste films bij. Het is alsof je de zaadjes en plantjes van mijn geest samenbrengt in één groot visioen. Je gaat van het ene idee naar het andere, soms in kleur, soms in zwart-wit. Het doet me echt denken aan het gevoel dat ik heb als ik een potlood en een vel papier pak.»

De opnames van het vervolg op ‘Beetlejuice’ zijn bijna afgelopen en je hebt naar verluidt enkel gebruikgemaakt van traditionele speciale effecten. Heb je je buik vol van digitale effecten?

«Ik heb in de loop der jaren zowat alles uitgeprobeerd. Maar ik vond het opwindend om terug te keren naar de basis. Het is zoals met stop-motion voor animatiefilms. Dat is hoe ik geleerd heb om films te maken, en daar geniet ik van. Bij ‘Beetlejuice 2’ vond ik het ook geweldig hoe snel het ging. Met Winona Ryder, Michael Keaton en de anderen hebben we beslist om er vol voor te gaan, zonder ons af te vragen waar we eigenlijk mee bezig waren. We hebben alles gaandeweg verzonnen. Ik weet niet of het de meest aangewezen manier is om een film te draaien maar ik vond het heel aangenaam. Het heeft me weer zin gegeven om films te maken.»

Het valt op dat er in je films vaak jonge meisjes opduiken die slim maar een beetje blasé zijn. Ik denk aan Wednesday uit de gelijknamige serie, Lydia in ‘Beetlejuice’, Kom in ‘Edward Scissorhands’ en zelfs het personage dat Natalie Portman speelt in ‘Mars Attacks!’. Wat trekt je aan in dat karakter?

«Ik denk eerlijk gezegd niet dat het iets te maken heeft met het feit dat het allemaal jonge vrouwen zijn. Ik zou ze ook niet per se blasé noemen. Ik vind eerder dat ze zich heel bewust zijn van de wereld die hen omringt. Ik ben nooit een meisje van 16 geweest maar ik kan me bijvoorbeeld heel goed identificeren met Wednesday Addams. Ik voel me verbonden met haar gevoelens, en als tiener deelde ik haar visie op de wereld en de school. Misschien heeft het te maken met mijn jeugd. Voor mij zijn het personages die qua leeftijd jong zijn maar die een oude ziel hebben en zich ook oud voelen. Dat gevoel had ik zelf ook als kind. En nu ik echt oud geworden ben, heb ik de indruk dat ik 13 jaar ben.»

Als je in het publiek verschijnt, gebeurt het vaak dat je omstuwd wordt door massa’s schreeuwende fans. Wat betekent het voor jou dat ze je de ‘patroonheilige van de buitenbeentjes’ noemen?

«Ik vind het angstaanjagend, ontroerend, mooi en verrassend tegelijk. Ik ben van nature eerder verlegen en ik kom niet vaak mijn huis uit, dus het is echt surreëel voor mij. Over het algemeen kan ik het niet echt geloven. Maar ik heb wel gemerkt dat die hype als gevolg heeft dat mensen ook naar andere tentoonstellingen in de musea gaan, of op festivals naar films gaan kijken die ze anders misschien links zouden laten liggen. Het doorbreekt een soort vierde muur. Het inspireert zelfs kinderen om te gaan tekenen.

Als kind was ik dol op tekenen maar ik had het gevoel dat ik er niet echt talent voor had. Dat kreeg ik trouwens vaak te horen. (lacht) Maar ondanks die kritiek wist ik dat het mijn ding was. Het lijkt alsof de aandacht die mijn werk krijgt op evenementen als deze op een grappige manier dat enthousiasme overbrengt op jongeren. En dat vind ik mooi.»

Het klopt effectief dat je films in de smaak vallen bij verschillende generaties. Ben je verrast door de reacties van een jonger publiek?

«Het verbaast me dat mijn films nog altijd weerklank vinden bij jongere kijkers, ja. Over het algemeen is het zo dat de technologie evolueert en dat nieuwe generaties niet meer te vinden zijn voor creaties van vroeger. De maatschappij verandert, net als de mensen. Maar soms slagen mijn films er nog altijd in om op een simpele manier een nieuw publiek aan te spreken. Ik hoef ook niet te weten hoe dat komt. Ik heb mijn eigen kinderen onlangs laten kennismaken met de films van Ray Harryhausen [peetvader van de stop-motiontechniek en ontwerper van talloze special effects en monsters in films, nvdr.]. Het zijn grof gemaakte films, vrij simplistisch en van hun tijd. Maar mijn kinderen zagen toch de schoonheid in de kunst die hij produceerde, ook al zijn ze veel betere effecten gewend. Al is het maar wat je ‘beter’ noemt. Je hoopt dat de mensen blijven kijken naar de oorsprong van die dingen, ook al zijn de technologie en het leven in het algemeen intussen ver geëvolueerd.»

De immersieve tentoonstelling ‘Tim Burton’s Labyrinth’ kan je bezoeken in Tour & Taxis in Brussel.